En hoe het verder ging

De zestiger en het begin van de zeventiger jaren waren voor de vliegclub een periode van voorspoed en groei. De sportvliegerij begon haar elitair imago te verliezen en de animo om te leren vliegen nam toe. De club groeide en daarmee de vloot. Het was een tijd van vlootvernieuwing en uitbreiding. De vliegschool kon, vooral gedurende het weekeinde, de vraag naar lessen niet aan.

Toen de club nog klein was werden bar en balie verzorgd door Henk Voogt, één van de apostelen. Maar naarmate de club groeide werd het steeds moeilijker deze dubbele taak te vervullen. Henk ging zich beperken tot het balie werk. In mei 1969 werd Karel Meiler als barman in dienst genomen. Op de lange duur, was het echter voor hem niet mogelijk de bar gedurende 7 dagen per week, soms tot 15 uur per dag te bemannen. Eindeloos werd er gedurende enkele jaren gepraat en vergaderd over de bezetting en de exploitatie van de bar. Werkgroepen, waarin horecadeskundigen, kwamen met onuitvoerbare adviezen. Aan de bar wist iedereen een andere oplossing. Onderwijl wisten velen dat een andere Karel, dat wil zeggen, iemand die even lang als Karel aanwezig wilde zijn, moeilijk te vinden was. Het barprobleem werd accuut toen Karel er de brui aan gaf. In de persoon van Ferry Donders die vervolgens de exploitatie ter hand nam, werd een opvolger gevonden. Helaas bleek ook voor Ferry de exploitatie geen haalbare kaart, zodat wederom naarstig naar een vervanger gezocht moest worden. Velen zagen de oplossing van de barproblematiek in een bediening door clubleden bij toerbeurt. Dat gaf organisatorisch zoveel problemen dat later toch weer tot het verpachten van de bar werd overgegaan.

Bij de balie zagen we een soortgelijke ontwikkeling toen Henk er genoeg van kreeg om zeven dagen per week van 9 uur tot sunset de telefoon te bedienen, het afsprakenboek te verzorgen en de vlieggelden te innen. Roelie deed haar intrede bij de club en heeft gedurende een aantal jaren vele administratieve beslommeringen uit handen van het bestuur genomen. Met Ali en André van der Meer zijn we in een nieuwe periode aangekomen, waarin alles soepel en gladjes verloopt.

De grote vraag naar lessen tijdens het weekeinde deed de stichting drie Beagles aanschaffen. Op werkdagen werd deze capaciteit benut door het lesgeven aan enkele tientallen boordwerktuigkundigen van de KLM.

Terwijl de vliegschool draaide als nooit tevoren (en nog de weekend vraag niet aankon) nam het gemeentebestuur van Rotterdam maatregelen die het gebruik van de luchthaven en in het bijzonder het lesvliegen sterk beperkten. De komst van het straalvliegtuig en vooral die van het civiele exemplaar had de bevolking rond de vliegvelden en de trendvolgende politici namelijk "geluidsbewust" gemaakt. Actiegroepen vonden er volop zelfbevrediging in. Voor Zestienhoven had dat tot gevolg dat B&W van Rotterdam (de luchthaven is eigendom van en wordt beheerd door de gemeente) besluiten nam, waardoor het aantal vliegtuigen binnen het circuit aan een maximum werd gebonden. Ook starten/landen werd niet toegestaan na 18.00 uur op werkdagen, op de zaterdagmiddag en gedurende de zondag. Voor de vliegschool betekende dit een sterke vermindering van het lessen en daarmee van de inkomsten.

Een volgende klap was een vliegverbod gedurende het weekend. Dat was een regeringsbeslissing gebaseerd op een vermeend brandstoftekort als gevolg van de oliecrisis. Die oliecrisis joeg tevens de prijs van de brandstof op.

Werd de club zwaar getroffen in haar inkomsten door de vliegbeperkingen, ze wam voor extra uitgaven te staand doordat de gemeente de grondhuur drastisch verhoogde, Dan kwamen er nog landingsgelden en parkeerverboden die vooral de clubleden troffen. Het wachtverbod voor de club kon voor een niet gering bedrag worden afgekocht....

De overheid deed heel onvriendelijk tegen de kleine luchtvaart die, als je de politici geloofde, meer hinder veroorzaakte dan de grote. Alle hierboven genoemde maatregelen waren kostenverhogend. Het algemene malaisegevoel dat ons werd aangepraat (het zou nooit meer worden zoals het was geweest) verminderde de animo om te vliegen en te leren vliegen. Nooit voor en nooit na die trieste dagen "hingen" zo weinig aspirant-leden "voor" De productie holde achteruit.

Om er zo maar een paar te noemen.

Op 20 oktober 1973 werd met eerste grote verjaarsfeest van de vliegclub gevierd, waarbij zelfs uit Engeland de kampioen stuntvliegen was overgekomen om zijn kunsten voor ons te vertonen. Uiteraard was ook ons eigen formatie-team aanwezig met een verbluffend staaltje van hun kunnen. De gelegenheid werd ook aangegrepen om de eerste Jodel te introduceren. Door het besluiten van de dag met een enorm feest liet de vliegclub zien dat zij ook op dit punt haar mannetje stond. Wie herinnert zich overigens niet de "Texel-weekeinden" waarbij een ieder zich te buiten ging aan skelterwedstrijden en paardrijden. Niet te vergeten een auto-rally die voor enkele deelnemers dwars over een terrein met vakantiehuisjes liep. De nietsvermoedende vakantiegangers hebben die avond knarsentandend hun met zand gepaneerde vlees van de barbecue gehaald.

Dit soort rallys eindigden meestal in een etablissement waar, op een verhoogd podium de muzikale omlijsting door enige, door de evenementencommissie uitverkoren artiesten werd verzorgd. Natuurlijk was in no-time de trap naar het podium verdwenen zodat het orkest aanzienlijk langer speelde dan aanvankelijk gepland.

Op 24 april 1975 werd het 12,5 jarig jubileum gevierd. Compleet met een demonstratie van marinehelicopters, het voorvliegen van een Neptune en een show van de Fokker S11 is ook deze gedenkwaardige dag niet onopgemerkt voorbijgegaan en zoals behoort met een gigantisch feest afgesloten. Verschillende gebeurtenissen zijn zelfs nu nog niet geschikt om gepubliceerd te worden...

Doellandingswedstrijden met de vliegclub Seppe waren ook een van de jaarlijks terugkerende evenementen. De dag werd afgesloten met een eet-  en drinkfestijn, zodat ook deze activiteiten dienden zowel tot lering alsook tot vermaak. De culinaire verhalen aan de bar overtroffen soms zelfs het vliegerslatijn. Dit vond zijn hoogtepunt in de eerder gemelde komst van Ferry Donders, onze "traiteur". Niet te geloven, vanaf dat moment was zelfs een tournedos Rossini verkrijgbaar (volgens sommigen een onbegrijpelijke combinatie van biefstuk met smeerworst). Een aantal van ons herinnert zich ook zeker nog de crépe au Grand Marnier, na het eten waarvan helaas vliegen en na het verorberen van 2 zelfs autorijden voor enige tijd tot de onmogelijkheden behoorden.

Ook ons periodiek, thans genaamd "clubbulletin" ontkwam niet aan de ongebreidelde eetlust van de leden. Menigmaal verschenen hierin de meest afgrijselijke recepten, zoals "het Turbulente Eitje" en de pannekoek "0 Sole Mio" terwijl de leden steeds dikker werden, werd de club steeds ouder en voor we het in de gaten hadden was het 15 jarig jubileum daar, op 21 oktober 1978 gevierd met de inmiddels bekende, maar nog steeds gewaardeerde activiteiten. Voor degenen die al vol verwachting uitkeken naar het 20 jarig jubileum, gevierd op 24 september 1983 met onder andere een Fly in kwam tussentijds nog een onverwachte verrassing, namelijk de opening van een nieuw clubgebouw.

De luchthaven Rotterdam dreigde in 1980 haar nieuwe bestemmingsplannen voor de grond onder het oude clubgebouw ten uitvoer te brengen, waardoor het bestuur zich genoodzaakt zag met spoed naar een andere behuizing om te zien. Op de luchthaven werd een geschikt stuk grond gevonden, waar het nieuwe gebouw kon verrijzen en op 26 juni 1981 werd door Jules Coblijn de eerste paal geslagen. Met het verhaal van de bouw van het eerste clubonderkomen nog vers in het geheugen lijkt het voldoende te vermelden dat ook deze nieuwbouw niet altijd van een leien dakje is gegaan. (Waren de palen niet te kort of zo?) Met het resultaat kon een ieder echter best tevreden zijn, sterker nog, Prins Bernhard vond het zo de moeite waard dat hij op 23 januari 1982 de opening kwam verrichten. Weer een reden voor een uitbundig feest, compleet met een demonstratie formatievliegen, niet meer weg te denken van een evenement. Het grote publiek, dat ondanks negatieve publiciteit met honderdduizenden naar vliegdemonstraties trok; bleek zich weinig aan te trekken van het gedram van de actiegroepen. De media en de politici begonnen aarzelend de door hun nog onbegrepen trend te volgen. in een artikel over Zestienhoven spreekt het Rotterdams Nieuwsblad van 19 september 1981 over "democratisch geoorloofd onbehoorlijk bestuur".

De sportvliegerij in Nederland en die in Rotterdam in het bijzonder heeft een heel moeilijke tijd doorgemaakt. De opeenvolgende besturen van de Vliegclub Rotterdam hebben kans gezien de vereniging door alle moeilijkheden te loodsen. Het clubleven bloeit en de school kan, al jaren onder de leiding van onze onvolprezen Nol van de Mortel, wederom de vraag naar lessen niet aan. Op het platform staan naast de vertrouwde Robins en Cherokees een paar gloednieuwe toestellen. De oprichters van de Vliegclub Rotterdam kunnen met voldoening constateren dat hun schepping na twee en een half decennium nog steeds springlevend is en klaar staat voor de volgende kwart eeuw. Laat dit voor de "apostelen" het bewijs zijn dat ze op 23 oktober 1963 de grondslag hebben gelegd voor een hechte gemeenschap, waarvoor hulde.