Meer dan 100.000 uren.
Terugzien op 25 jaren.
Toen men mij vroeg iets te schrijven in het jubileumboek over de lotgevallen van de vliegclub zei ik meteen ja . Al lang was ik van plan me te verdiepen in de beginjaren van de club. Die heb ik gemist omdat ik pas in 1969 bij onze vereniging kwam. Vol verwachting stak ik mijn allergische neus in het stof van 25 jaren archief. In het archief van onze club vond ik enkele wetenswaardige zaken uit het beginjaar 1963. In de eerste plaats hetgeen ik hier citeer:
Contributie eind 1963
Die 23e oktober van 1963 had een samenkomst plaats die als de oprichtingsvergadering van de vliegclub wordt beschouwd. Het is duidelijk dat de oprichters, ook wel de "13 apostelen" of de "rebellen" genoemd, hebben gelapt om de kas te vullen. Voorts las ik dat 10 oprichters samen f 185,00 hadden gestort als "donaties aankoop stoelen" en tenslotte vond ik nog het bericht dat er op 31 december 1963 twintig vliegende leden waren. De club was dus in ruim twee maanden met meer dan 50% gegroeid. Geen gek resultaat. Elke rebellie moet snel groeien, wil ze slagen.
Die schaarse informatie over het oprichtingsjaar (veel meer had het archief over 1963 niet te melden) prikkelde mijn nieuwsgierigheid. Wie heeft die eerste inkomsten zo nauwkeurig voor het nageslacht bewaard? Met andere woorden, wie was de eerste penningmeester van de vliegclub? Wie waren de verkwisters die zomaar vijftig cent te veel bijdroegen? Waar gingen die stoelen heen; had de club al een eigen onderkomen? Waar vlogen de leden mee? Op de meeste van die vragen gaf ook de rest van het archief geen antwoord.
Terzijde, dat onze club een tijdlang de rebellenclub werd genoemd. De rebellen hangen onder de ballon bij de bar (De ballon hangt inmiddels rechts aan de muur bij binnenkomst, red.). Voor wie niet dagelijks bij de bar toeft volgen hier, in alfabetische volgorde, de namen van de oprichters:
Uteraard kwam ik al gauw terecht bij één van die apostelen. Van hem kreeg ik niet alleen het antwoord op vele vragen, maar ook de beschikking over zijn collectie vliegclubstukken. Vooral nieuwsbrieven leverden veel informatie.
En zie, in de nieuwsbrief van 25 november 1965 vond ik de essentie van hetgeen ik van de begintijd wilde weten. Het verhaal citeer ik hieronder volledig:
"Voor de nieuwe leden van onze vliegclub.
Nu we de 23ste oktober zo geluidloos voorbij gegleden zijn, leek het ons aardig even te memoreren, hoe we twee jaar geleden van start gingen. In het voorjaar van 1963 kwam er onenigheid in een bekende vliegclub/school, gelegen in het oosten van het vliegveld Zestienhoven en daardoor zag een aantal van hen zich genoodzaakt genoemde club te verlaten en het vliegen voorlopig vaarwel te zeggen. Er werden plannen gesmeed en besproken in het grote restaurant, dat min of meer dienst deed als clubhuis. Het clubje "rebellen", zoals wij toen genoemd werden, groeide uit tot 13 man. Vliegen was er haast niet meer bij, maar praten des te meer. Dit resulteerde onder andere in het verkrijgen van een stukje grond waar onder een luid hoera al spoedig het eerste afbakeningspaaltje in de grond werd geslagen.
Dit was het historisch begin van de Vliegclub Rotterdam. We hoorden van de Woody wonder zelfbouwbungalow en besloten er zo een te kopen. Het aantrekkelijke was, dat de folder vermeldde, dat je zo'n huis met twee man binnen 14 dagen opgebouwd kon hebben. Helaas vermeldt de geschiedenis, dat ongeveer 20 man twee maanden lang zijn bezig geweest, en nog steeds is het niet afgeverfd!
Het was een leuke tijd met erg veel kameraadschap en enthousiasme. Zo is bijvoorbeeld de naam en de bekende Wing bedacht op de autotocht naar het vliegfestijn van Le Bourget.
De 23ste oktober naderde, waarop de eerste oprichtingsvergadering werd gehouden en de statuten werden besproken. Als voorzitter werd gekozen de heer J. Coelewij, en als secretaris penningmeester, de heer D.G. Peterich.
De balans werd opgemaakt en luidde als volgt:
Een balans om van te gillen. Maar de enthousiaste leden leegden hun sokken en kochten een vliegtuig. Het was een raspaardje waar iedereen trots op was en dit vliegtuig dat in het land van Marianne gekocht werd, kreeg de naam PH BBH, als eresaluut aan Brigitte Bardot. Na 1 jaar luidde de balans als volgt:
Na dit eerste jaar werd een stichting in het leven geroepen en dit bleek een briljant idee, daar de geldmiddelen op peil gebracht werden en het aantal vliegtuigen kon worden opgevoerd. De vooruitgang van de Vliegclub Rotterdam gaat nog steeds door en zo langzamerhand zijn we uit onze jas gegroeid. Een groter clubhuis of uitbreiding van het bestaande wordt ernstig overwogen, de aankoop van nieuwe vliegtuigen wordt voorbereid, en ga zo maar door. Want de Vliegclub Rotterdam staat voor niets!"
Tot zover het bericht voor nieuwe leden anno 1965. Een kostelijk verhaal dat niet ondertekend werd. Ik ben ervan overtuigd dat het uit de pen van Leo Slijk is gekomen. Ik denk dat menig "oud" lid er vandaag nieuws in vindt.
Voor lezers die nog meer willen weten het volgende:
De stichting die Leo Slijk noemde werd als Stichting Vliegmaterieel Rotterdam op 12 juli 1965 opgericht. Het initiatief werd genomen door het clubbestuur, dat het wenselijk achtte het beheer van de groeiende vloot toe te vertrouwen aan een afzonderlijk lichaam dat, hoewel voortgekomen uit en werkende onder toezicht van de vliegclub, een eigen beleid zou kunnen voeren.
Het clubhuis dat in 1965 al te klein bleek te zijn, heeft, met enkele aanpassingen, dienst gedaan tot 1982.
In de balans voor 1963 staat: Vliegtuigen: Geen! Toch werd er in prae clubverband gevlogen en gelest, met een gehuurde Jodel, de PH ROS.
Toen onze eerste instructeur, "Snipe", ook wel Wim van der Heide genaamd, in 1964 werd opgevolgd door Henk van Overvest stelde laatstgenoemde zijn Nord beschikbaar, F BERF.
Naast de PH BBH werd een tweede Jodel gekocht, de PH-VRA.
De oprichters hielden zich inmiddels bezig met het maken van statuten voor de vereniging. De wettelijk vereiste Koninklijke Goedkeuring kregen deze statuten in februari 1964. Op 19 mei van dat jaar werd de eerste algemene ledenvergadering gehouden en werd het eerste bestuur gekozen.
Dit bestuur bestond uit Leen Smits, voorzitter en George Peterich, secretaris-penningmeester. In de loop van het jaar werd George Peterich vervangen door Leo Slijk, die de eerste "nieuwsbrieven" schreef. De nieuwsbrief werd later, onder redactie van Leo Slijk en Karel Zee, een soort clubkrant die echter nooit die naam heeft gedragen. In de loop van de jaren is de krant onder verschillende namen, meestal onregelmatig, verschenen.
Hulde aan beide Pioniers en hun opvolgers. Zij zagen telkens weer kans een blad vol te schrijven en/of clubleden tot schrijven te pressen. Jammer dat de clubkranten nooit formeel in het archief van de vliegclub zijn opgenomen.
Tot april 1966 is Henk van Overvest als instructeur verbonden geweest aan de vliegclub. Hij werd opgevolgd door Jan de Wilde.
Negen jaar lang heeft Jan de stichting terzijde gestaan. Door zijn ervaring kwam hij met goede voorstellen en door zijn tact werden die voorstellen ook in de praktijk gebracht. Zijn charisma maakte hem een uitstekend docent. Als een leerling helemaal aan zichzelf twijfelde na een serie moeilijke bovenwerk oefeningen vond hij zichzelf terug als Jan een sigaar opstak en zei: "Breng me nou maar thuis". Helaas leven Henk en Jan niet meer. Zij hebben ieder op hun eigen wijze, erg veel voor de club betekend.
In de eerste jaren van de vliegclub ging het op Zestienhoven heel gemoedelijk toe. Tot in 1969 liep je, om te lessen, rechts van het huidige stationsgebouw het gras op. Op het afgesproken tijdstip kwam je instructeur je halen. De vorige leerling stond z'n plaats aan je af en voort ging het, naar de box en het groene startlicht. In het gras stond naast de startlijn de "box", een omgebouwde VWbus, waarop een glazen koepeltje was gemonteerd. Daarin zat de verkeersleider met een seinlamp het verkeer te regelen. Keuring op kleuronderscheidingsvermogen had toen nog zin!
Van landingsgeld voor kleine vliegtuigen was geen sprake; van 9 uur tot sunset kon je onbeperkt starten/landen oefenen. Van instapgeld voor buitenlandse vluchten had niemand nog gehoord. Dat werd in 1970 wel anders
Er werd (nog) veel getrouwd in de zestiger jaren. Aan clubhuwelijken werd veel aandacht besteed, onder andere door fly overs. Zulke gezamenlijke presentaties hebben geleid tot het tot stand komen van het formatie team Victor Romeo, dat bij talloze gelegenheden de naam van de club heeft uitgedragen.
De gevolgen van die trouwlust waren merkbaar: gedurende het weekeinde wemelde het in het clubgebouwtje en de tuin er omheen van de kinderen. Sint Nikolaas wist per vliegtuig de club te vinden, werd ingehaald door het formatie team Victor Romeo en was na de landing (stap maar eens waardig als bisschop uit een Cherokee!) het middelpunt van een groot feest voor kleine kinderen en grote vliegers.
Hoeveel leden, ook van de tamelijk ouderen, hebben de festiviteiten rond de opening van de hangar op 13 september 1969 meegemaakt?
Het programma ter gelegenheid van de hangar opening vermeldde van 14 tot 16 uur "aankomst en voorvliegen van, respectievelijk kennis maken met nieuwe vliegtuigtypen". Jaap van Ham, die na een uit de hand gelopen taxi proef op het strand van Beverwijk met de PH-COR aan het vliegen was geraakt, had koers gezet naar Rotterdam, kwam de feestvreugde verhogen door voor te taxien, achtervolgd door het GEZAG in de follow me met zwaailicht.
Van kennismaken met, laat staan voorvliegen van, kwam niets terecht want het GEZAG raakte in grote opwinding over deze zelfbouw, aangedreven door een DAF motor en een zelfgemaakte prop. Dat de PH COR ook onderdruk voor de instrumenten had, opgewekt door een, op de motor gemonteerde stofzuiger, maakte geen, of niet de juiste, indruk op het GEZAG. De PH-COR werd onmiddellijk in beslag genomen en Jaap kreeg een meervoudig proces verbaal voor het overtreden van een reeks heilige voorschriften. Ook dit verhaal heeft echter een goede afloop. De PH COR II, thans voorzien van alle vereiste papieren, vliegt nog steeds.
Aan de Colmar rally's heeft de vliegclub bijna tien jaar achtereen deelgenomen. Die hebben heel wat bekers opgeleverd voor de club! Geen bekers bij de eerste deelname met drie bemanningen in de PH BBH, de PH VRA en de PH CHE. Die vlucht, in augustus 1965, was uit het oogpunt van navigatie een succes: ondanks het noodweer bereikten allen Colmar. Men behaalde echter geen prijzen, want alle kisten kwamen 24 uur te laat binnen Al doende leert men en in het topjaar 1968 kwam men met vijf prijzen thuis, gewonnen door vijf bemanningen. Het waren de eerste, de tweede, de derde, de vierde en de zesde prijs. En dat met een deelname van meer dan vijftig andere equipes.
Het was Jaap van Ham die weer voor iets bijzonders zorgde: de eerste en laatste ambulancevlucht van de vliegclub. In de vreugde na de prijsuitreiking zag Jaap op de weg voor het feestterrein een tweetal lichten aan voor twee brommers die hij aan weerskanten wilde laten passeren. Helaas kwam Jaap met een stel beschadigingen in een locaal ziekenhuis terecht, want er zat een 2CV tussen de lichten.... Omdat Jaap zo'n vreselijke heimwee kreeg naar z'n Assendelftse stekkie werd de PH-VRM met een brancard tot ambulance omgebouwd. Jan Coelewij als vlieger en Hans van der Meulen als begeleidend arts haalden Jaap op. Volgens de verhalen zou hij met een fles cognac, gelegen op een brancard, uitstekend hebben genavigeerd, maar de RT werd steeds onverstaanbaarder.