1963. Het jaar waarin enkele enthousiastelingen die vonden dat vliegen als hobby niet moest zijn voorbehouden aan een elitaire groep uit de samenleving, de Vlieg Club Rotterdam (VCR) hebben opgericht. Een vliegclub die laagdrempelig moest zijn, betaalbaar en toegankelijk voor iedereen die de Icarusdroom koesterde.
Een mooi initiatief, dat menigeen in staat heeft gesteld die droom te verwezenlijken. Als privé vlieger of als professional, louter recreatief of uiteindelijk met een commerciële doelstelling. Of je nu op 1.500 ft. of op FL300 zit, wat samenbindt is de concretisering van de behoefte om de horizon te verleggen.
2003. De VCR bestaat 40 jaar. Is met die jaren weliswaar niet de oudste vliegclub in Nederland, maar heeft inmiddels wel kans gezien de grootste te worden.
Omdat het jubileum in de periode valt, waarin de ledenvergadering mij de status van voorzitter heeft gegeven, grijp ik dat voorrecht met dank aan om in het voorwoord van dit jubileumboekje enkele persoonlijke herinneringen met u te delen.
Mijn herinneringen gaan niet terug naar het jaar van de oprichting, maar veel scheelt dat toch niet. Het eerste lustrum was nog maar net achter de rug toen ik op een mooie voorjaarsdag in 1969 het toenmalige clubgebouw voor het eerst binnenstapte. Natuurlijk kon ik lid worden en ja, er werd ook vliegles gegeven. Daarvoor werd de Beagle Pup gebruikt, een leuk Engels toestel dat wel wat weg had van de PH-SVN, onze huidige tweepersoons Robin. Daarnaast bestond de vloot uit wat Frans (Jodel, Emeraude) en Amerikaans (Piper Cherokee, de voorloper van onze Warriors) materiaal. De theorielessen werden gegeven in een pand van Unilever (v.d. Berg & Jurgens), in hartje Rotterdam. Dat we van deze faciliteit gebruik konden maken was gebaseerd op de toen al bestaande samenwerking met de UAC, nog steeds onze gewaardeerde zusterclub.
Solo van de grasbaan 24, zorgvuldig letten op de toren of de VW bus met koepel (de caravan) die bij de baan stond en van waaruit met behulp van lichtsignalen pogingen werden gedaan om leiding aan het vliegverkeer te geven. Enige tijd later de oefen overland met Karel Zee, Texel en Teuge als tussenstops en wat 360's boven de zuidelijke Veluwe om te kijken hoe er op pogingen om me te desoriënteren werd gereageerd.
Op EHTX was zoon Ed de Bruin er getuige van hoe zijn vader, toentertijd havenmeester, mij en andere bezoekers ontving en die gastvrijheid heeft hij sindsdien weten te handhaven. De zoon van Ed lijkt intussen de familie traditie voort te zetten.
Het theoretisch A1 examen werd afgenomen in het oude KLM gebouw aan de Scheveningseweg in Den Haag.
Na alle examens de conversie naar de Cherokee en een eerste deelname aan een clubvlucht. Met een tussenstop op Oostende naar Le Touquet en vervolgens via een veld in de Belgische Ardennen (EBxx?, sorry, maar dat oude logboek kon ik zo gauw niet meer vinden) terug naar Rotterdam.
Het weekendje Texel met doellandingswedstrijden, barbeque en karting was in de 70'er jaren al een traditie.
De conversie enige tijd later naar de Emeraude, een toen al als oud gekwalificeerde staartwiel kist, verliep wat minder gelukkig. Het kielvlak van die PH-CPW in mijn kelder is daar nog steeds de stille getuige van.
Jaren kwamen en gingen, evenals veel leden. Toch bleven er per saldo meer binnenstromen dan vertrekken. Zo groeide het ledental van de club en het aantal vliegtuigen van de vloot.
Niet altijd zonder slag of stoot; in de loop der jaren hebben we menig keer zwaar weer over ons heen gehad, maar de VCR bleek de flexibiliteit te bezitten om al die stormen te doorstaan. Vliegers heten per definitie individualisten te zijn, maar het voor korte of langere tijd delen van een fantastische hobby was door de jaren heen voldoende om menige crisis met succes het hoofd te bieden.
Herinneringen aan mooie vluchten zijn er te over. Zoals een clubvlucht naar Berlijn Tempelhof, waar maar weinig animo voor was. Het laatste been van de terugvlucht bracht ons bij Nijmegen weer Nederland in, waar we in het strijklicht van de avondzon genoten van het uitzicht over het rivierenlandschap in z'n onvergetelijke schoonheid.
Of zo'n zomeravond rally; na het werk toch nog even een uurtje vliegen, een beetje competitie, veel plezier en vaak schitterend weer in een tot rust gekomen atmosfeer.
Het is 2003 en de VCR bestaat 40 jaar. Regelgeving is er niet simpeler op geworden; sportvliegen lijkt tot politiek wisselgeld te zijn verworden en het geknepen gebrom van een Warrior op 1.000 ft. krijgt meer negatieve belangstelling dan de trommelvlies teisterende terreur van een door de straten razende brommer of scooter.
Ook nu worden we weer met tal van uitdagingen geconfronteerd. Veiligheid is ook op de grond een belangrijk issue geworden; opleidingen moeten aan internationale normen voldoen, procedures om geluidsoverlast te voorkomen moeten strikter worden nageleefd.
Aan al die aspecten wordt aandacht besteed en uiteraard komen er maatregelen en oplossingen. Met de oplossingen komen er alternatieven, meningsverschillen, heftige discussies. Een gezond proces, zeker zolang dit gepaard blijft gaan met respect voor elkaar Dynamiek pas nu eenmaal uitstekend bij de aard van de club. Wat onveranderd moet blijven is de doelstelling van de VCR: een club die het fascinerende vliegen toegankelijk wil maken voor een zo breed mogelijk publiek. Ik ben er van overtuigd dat we zo nog ettelijke lustrumfeesten zullen kunnen blijven vieren.
Juni 2003
Jan de Weerd
Voorzitter VCR